Autisme, taal en gestalt leren

Autisme, taal en gestalt leren

Wat een zoektocht hebben wij gehad als het gaat om taalontwikkeling. Zonder in details te treden over het leven van ons kindje wil ik je toch vertellen over een manier van taal verwerken die bij professionals nog heel erg onbekend is: gestalt taalverwerking. Gestalt taalverwerking is een niet-analytische manier van taal verwerken die vooral bij kinderen met autisme voorkomt (maar is niet beperkt tot autisme). Maar de kans dat jouw hulpverleners er nog nooit van hebben gehoord, is ongelooflijk groot weet ik uit ervaring.

Van alle hulpverleners die we hebben, was geen één er mee bekend. En in Nederland kan ik tot nog toe ook geen professionals vinden die hier in zijn gespecialiseerd. Hoewel veel logopedisten echt wel de kenmerken herkennen trouwens en er wat mee kunnen in hun therapie.

Hoe leren mensen traditioneel gezien taal?

Goed, hier komt even mijn onderwijskundige master van pas. Het leren van communiceren vind ik echt een van de interessantste leerprocessen die er zijn. Je wordt geboren, je hoort en ziet van alles om je heen en daar moet je maar soep van maken. En dan heb je ook nog zoveel verschillende lagen die je allemaal maar moet gaan begrijpen: woorden, zinsopbouw, geluiden, schrift, non-verbaal, intonatie, vragen, instructies, emoties. Fa-sci-ne-rend. 

Traditioneel gaan we ervan uit dat kinderen taal stap voor stap opbouwen. Eerst losse klanken, dan woorden, en daarna zinnen. Ze horen een woord, koppelen dat aan een betekenis en voegen langzaam steeds meer woorden toe aan hun “taalverzameling”. Vanuit die losse bouwstenen leren ze uiteindelijk ook hoe zinnen werken: welke volgorde woorden hebben, hoe je een vraag stelt, hoe je iets uitlegt. Het idee is dus eigenlijk dat taal wordt opgebouwd als een soort lego-toren: steentje voor steentje, steeds een beetje hoger.

Ons hele systeem is daar op gebouwd. En dit is ook precies wat je meekrijgt als je advies vraagt aan het consultatiebureau, de kinderopvang, en zelfs de gespecialiseerde taalinstituten gaan van dit proces uit. 

Maar, dit is niet de enige manier.

Gestalt taalverwerking

Sommige kinderen volgen deze route niet. Hun neurodivergente breinen pakken het anders aan. Zij pakken het anders aan. In plaats van taal op te bouwen uit losse woorden, nemen zij taal vaak in grotere gehelen op. Zinnen, stukjes dialoog, liedjes, stukjes uit boeken of televisie: complete “taalblokken” die in één keer worden opgeslagen. Dat noemen we een gestalt.

Die stukken taal hebben in het begin vaak nog een vrij brede of situationele betekenis. Een zin kan bijvoorbeeld staan voor een gevoel, een hele situatie of een bepaalde behoefte, ook al lijken de woorden zelf daar niet direct bij te passen. Pas later begint het kind die grotere taalblokken langzaam te analyseren en uit elkaar te halen. Dan ontstaan er stap voor stap nieuwe combinaties, totdat uiteindelijk ook flexibele, zelf opgebouwde zinnen mogelijk worden.

Het verschil is dus eigenlijk precies omgekeerd aan het traditionele model: waar de meeste kinderen beginnen met kleine bouwstenen en daar zinnen van maken, beginnen gestalt taalverwerkers juist met grote gehelen en breken die later pas op in kleinere stukjes.

Hoe zit dat dan met autisme?

Het is belangrijk om te weten dat gestalt taalverwerking sterk samenhangt met autisme. Veel, misschien zelfs de meeste, autistische kinderen die later gaan spreken blijken gestalt taalverwerkers te zijn. Dat betekent niet dat elk autistisch kind zo taal leert, en ook niet dat alleen autistische kinderen dit doen. Maar de overlap is groot genoeg dat het in de praktijk vaak samen voorkomt.

Dat is ook logisch als je kijkt naar hoe autistische breinen informatie verwerken. Veel autistische mensen nemen de wereld eerst waar in patronen, gehelen en contexten, in plaats van in kleine losse onderdelen. Taal wordt dan ook niet automatisch ontleed in afzonderlijke woorden, maar eerder opgeslagen zoals het binnenkomt: als een compleet stukje communicatie. Pas later komt de analyse.

Het probleem is alleen dat ons hele systeem – van taaltesten tot therapieën – nog steeds vooral uitgaat van dat traditionele, analytische model. En als je verwacht dat een kind taal leert via losse woorden, terwijl dat kind eigenlijk in grotere gehelen leert, dan kan het lijken alsof er iets “niet lukt”. Terwijl het in werkelijkheid gewoon een andere route is naar hetzelfde doel: communiceren.

Als je je eenmaal in deze manier van taalverwerken verdiept, vallen er ineens allerlei puzzelstukjes op hun plek. Dan kom je bijvoorbeeld het begrip echolalie tegen. Dat betekent dat een kind woorden of zinnen herhaalt die het eerder heeft gehoord. In gesprekken, uit een boek, uit een liedje of uit een filmpje. Daar zit een gouden kans om de taal uit te breiden die vaak nog niet wordt herkend. Binnen gestalt taalverwerking blijkt echolalie namelijk vaak een belangrijke stap te zijn in het leren van taal.

Je gaat gestalts steeds beter herkennen. En dan wordt ook ineens begrijpelijk waarom sommige kinderen met autisme zó graag steeds hetzelfde liedje, filmpje of dezelfde scène opnieuw willen horen of zien. Dat kan namelijk een manier zijn om die taalstukken steeds opnieuw te verwerken en betekenis te geven.

En dat geeft ook meteen een ander perspectief op adviezen die je als ouder misschien wel hebt gekregen van organisaties zoals het consultatiebureau. Bijvoorbeeld het algemene advies om schermtijd zo veel mogelijk te beperken. Voor veel kinderen is dat goed advies. Maar voor sommige kinderen die via gestalts taal oppikken, kan een filmpje of liedje juist een bron van bruikbare taal zijn. En voor autistische kinderen extra, omdat het door de voorspelbaarheid en herhaling ook een veilige manier is om taal te leren.

 

Terug naar blog