Autismewiel: anders kijken naar je kind met een spiky profile

Autismewiel: anders kijken naar je kind met een spiky profile

In het dagelijks taalgebruik hoor je het vaak voorbij komen. Dat mensen zeggen: “Ik ben ook een beetje autistisch” of “X is echt heel autistisch”. Misschien heb je jezelf er ook weleens op betrapt. Maar eigenlijk klopt die manier van kijken niet zo goed. “Een beetje autistisch” of “heel erg autistisch” suggereert namelijk een lijn: aan de ene kant weinig autisme, aan de andere kant veel autisme. Alsof je kunt meten hoe ver iemand afstaat van “normaal”.

Maar je kind bestaat niet in verhouding tot normaal. Je kind is niet meer of minder goed afhankelijk van hoe makkelijk die meekomt in een neurotypische wereld. Je kind is mooi en goed zoals die is. Tegelijk wil je als ouder natuurlijk wel begrijpen hoe je kind werkt. Waar heeft je kind veel van? Waar juist minder van? Wat geeft kracht? Wat kost energie? Waar kun je op voortbouwen? En waar heeft je kind misschien meer steun, rust, ruimte of aanpassing nodig?

Daarbij kan het autismewiel helpen. Het wiel helpt juist om te kijken naar het profiel van jouw kind.

Geen lijn, maar een profiel

Een andere manier om naar autisme te kijken is via een spiky profile. Letterlijk betekent dat zoiets als een profiel met pieken. Geen rechte lijn dus, maar een profiel waarin verschillende dingen meer of minder aanwezig zijn.

Je kind kan bijvoorbeeld veel behoefte hebben aan routine, snel overprikkeld raken door geluid en moeite hebben met overgangen. Tegelijk kan je kind misschien heel goed patronen herkennen, creatief denken, details onthouden of intens ergens in opgaan. Het ene gebied vraagt dan veel ondersteuning, terwijl het andere gebied juist een sterke kant is waar je op kunt voortbouwen.

Een spiky profile helpt dus om los te komen van denken in “goed” of “slecht”, of in “weinig” of “veel” autisme. Het helpt om beter te zien hoe je kind op dit moment in elkaar zit. Welke dingen zijn sterk aanwezig? Welke dingen minder? Waar zit kracht? Waar zit behoefte aan steun? En wat verandert er wanneer je kind moe is, stress heeft, zich veilig voelt of juist overvraagd wordt?

Het autismewiel is een manier om zo’n profiel zichtbaar te maken. Je kijkt naar verschillende gebieden, zoals sensorische verwerking, motoriek, communicatie, emotieregulatie en behoefte aan routine. Zo krijg je een completer beeld van je kind. Geen vast label, wel een hulpmiddel om beter te begrijpen wat je kind nodig heeft.

Als stimmen veel aanwezig is, kan dat bijvoorbeeld betekenen dat je kind beweging, geluid of herhaling gebruikt om zichzelf te reguleren. Als behoefte aan routine veel aanwezig is, kan voorspelbaarheid veel veiligheid geven. Als sensorische verwerking veel aanwezig is, kan je kind prikkels sterk ervaren en misschien ook details opmerken die anderen missen.

Meer aanwezig betekent dus niet automatisch dat iets een probleem is. Het betekent: dit is belangrijke informatie. Informatie waarmee je als ouder beter kunt zien waar je kind op leunt, waar je kind van oplaadt, waar je kind door vastloopt en wat jij in de omgeving kunt aanpassen.

Zo kun je het wiel gebruiken om anders te kijken. Je hoeft je kind niet minder autistisch te maken. Je kunt kijken naar wat je kind laat zien, waar je op kunt bouwen, en wat jij als omgeving beter kunt aanpassen.

Want je kind hoeft niet minder zichzelf te worden om beter ondersteund te worden.

De onderdelen van het autismewiel

In het autismewiel betekent dicht bij het midden: minder aanwezig op dit moment. Verder naar buiten betekent: meer aanwezig op dit moment. Dat is dus geen 1) oordeel, want meer aanwezig is dus niet automatisch goed of slecht, en 2) geen vaststaand iets, het kan met de tijd veranderen.

Het laat vooral zien wat op dit moment belangrijk is in het profiel van je kind. Iets wat veel aanwezig is, kan een kracht zijn, een behoefte, een manier van reguleren of een signaal dat er meer steun nodig is.

Non-verbale communicatie

Non-verbale communicatie gaat over communiceren zonder woorden. Denk aan oogcontact, gezichtsuitdrukking, gebaren, houding en lichaamstaal. Bij autistische kinderen kan dit er anders uitzien dan mensen verwachten. Een kind kan bijvoorbeeld wegkijken om beter te kunnen luisteren, weinig gezichtsuitdrukking laten zien terwijl er vanbinnen veel gebeurt, of lichaamstaal van anderen moeilijker kunnen plaatsen. Dit zegt niets over hoeveel een kind voelt of begrijpt. Het laat vooral zien welke vormen van communicatie vanzelf gaan, en waar misschien meer duidelijkheid of ondersteuning nodig is.

Stimmen

Stimmen zijn herhalende bewegingen, geluiden of handelingen. Denk aan fladderen, wiegen, hummen, springen, tikken, draaien of friemelen. Stimmen kan helpen om spanning kwijt te raken, prikkels te verwerken, focus te vinden of plezier te voelen. Wanneer stimmen veel aanwezig is, is dat dus waardevolle informatie. Je kunt kijken wat het je kind brengt, wanneer het meer gebeurt, en hoe je ruimte kunt maken voor veilige manieren van reguleren.

Depressie

Depressie of depressieve klachten horen niet “bij autisme” alsof het een vast onderdeel is van wie je kind is. Toch kunnen somberheid, weinig energie, terugtrekken of verlies van plezier wel aanwezig zijn in het profiel van een kind. Zeker wanneer een kind veel overvraagd wordt, weinig begrepen wordt, veel moet maskeren of te weinig passende steun krijgt. Als dit veel aanwezig is, is dat belangrijke informatie. Het kan betekenen dat je kind meer rust, veiligheid, begrip of professionele hulp nodig heeft.

Spraak

Spraak gaat over gesproken taal. Sommige autistische kinderen spreken veel, sommige weinig, sommige niet. Sommige kinderen gebruiken scripts, echolalie of vaste zinnen. Andere kinderen kunnen thuis veel praten, terwijl praten op school of in stressvolle situaties veel moeilijker wordt. Spraak is niet hetzelfde als communicatie. Een kind dat weinig of niet spreekt, communiceert nog steeds. En een kind dat veel spreekt, kan alsnog moeite hebben om duidelijk te maken wat die nodig heeft.

Behoefte aan routine

Routine kan veiligheid geven. Veel autistische kinderen hebben baat bij voorspelbaarheid, vaste volgordes, bekende plekken, duidelijke afspraken en weten wat er gaat gebeuren. Een grote behoefte aan routine is geen koppigheid. Het kan een manier zijn om grip te houden op een wereld die snel, druk of onvoorspelbaar voelt. Als dit veel aanwezig is, kun je kijken hoe je overgangen duidelijker maakt, veranderingen voorbereidt en vaste ankers in de dag bouwt.

Motorische vaardigheden en coördinatie

Motorische vaardigheden gaan over bewegen, balans, fijne motoriek en het plannen van handelingen. Denk aan klimmen, fietsen, schrijven, aankleden, eten met bestek of een reeks bewegingen achter elkaar uitvoeren. Als dit veel meespeelt, kan een kind meer tijd, oefening of ondersteuning nodig hebben. Het kan ook verklaren waarom iets wat “simpel” lijkt, toch veel energie kost. Niet omdat je kind niet wil, maar omdat het lichaam en brein veel tegelijk moeten organiseren.

Emotieregulatie

Emotieregulatie gaat over emoties herkennen, voelen, uiten en weer tot rust komen. Autistische kinderen kunnen emoties heel intens ervaren. Soms lijkt een reactie voor de buitenwereld groot, terwijl het vanbinnen precies zo groot voelt. Emotieregulatie ontwikkelt zich vaak met co-regulatie: een veilige volwassene die helpt vertragen, benoemen, beschermen en herstellen. Als dit veel aanwezig is, helpt het om te kijken wat spanning opbouwt en wat je kind nodig heeft om weer veilig te landen.

Executieve functies

Executieve functies helpen bij plannen, starten, stoppen, schakelen, onthouden en overzicht houden. Als dit veel meespeelt, kan je kind moeite hebben met beginnen aan een taak, stoppen met iets leuks, spullen vinden, instructies onthouden of meerdere stappen achter elkaar uitvoeren. Dat is geen onwil. Het laat zien dat je kind misschien meer externe structuur nodig heeft, zoals visuele stappen, hulp bij starten, voorspelbare routines of minder losse opdrachten tegelijk.

Meltdowns

Een meltdown is geen driftbui. Een meltdown ontstaat vaak wanneer het systeem van een kind overbelast raakt. Er is dan te veel prikkeling, spanning, frustratie, onzekerheid of vermoeidheid opgebouwd. Tijdens een meltdown kan een kind niet goed meer nadenken, luisteren of schakelen. Als meltdowns veel aanwezig zijn, helpt het om te kijken naar wat eraan voorafgaat. Waar raakt je kind overbelast? Welke signalen zie je eerder op de dag? En wat kan helpen om sneller rust, veiligheid en herstel te bieden?

Angst

Angst kan op veel manieren aanwezig zijn. Een kind kan bang zijn voor verandering, geluiden, nieuwe plekken, fouten maken, sociale situaties, lichamelijke sensaties of niet weten wat er gaat gebeuren. Angst is geen karaktereigenschap. Het is informatie over veiligheid. Als angst veel aanwezig is, kun je kijken welke situaties spanning oproepen, welke voorspelbaarheid helpt en hoe je kind meer controle, voorbereiding en geruststelling kan krijgen.

Sensorische verwerking

Sensorische verwerking gaat over hoe prikkels binnenkomen en verwerkt worden. Denk aan geluid, licht, geur, smaak, aanraking, beweging, temperatuur, pijn en lichaamssignalen. Een kind kan prikkels sterk ervaren, juist minder goed voelen, prikkels vermijden of prikkels zoeken. Dat kan per zintuig verschillen. Als sensorische verwerking veel aanwezig is, helpt het om de omgeving goed te bekijken. Welke prikkels kosten energie? Welke prikkels helpen juist? En hoe kun je de dag sensorisch vriendelijker maken?

Sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden worden vaak bekeken vanuit neurotypische verwachtingen: groeten, oogcontact maken, samen spelen, vragen stellen en op de beurt wachten. Maar autistische kinderen kunnen andere manieren hebben om contact te maken. Soms gaat contact makkelijker via spel, interesses, naast elkaar bezig zijn, beweging, humor, dieren, objecten of vaste scripts. Als dit veel aanwezig is, kun je kijken welke vormen van contact voor je kind veilig en prettig zijn, in plaats van alleen te kijken naar wat van buitenaf “sociaal genoeg” lijkt.

 

 

Terug naar blog