Waarom doe je dit?

Waarom doe je dit?

Ik ben heel benieuwd: als je deze zin leest, hoe hoor je hem dan in je hoofd? “Waarom doe je dit?” Je kunt hem namelijk op verschillende manieren zeggen. Een beetje boos, als je kind iets doet waarvan je denkt: hè, wil je iets kapot maken? Of iets vies doen? Maar je kunt hem ook nieuwsgierig zeggen: waarom doe je dit?

Ik hoop heel erg op het laatste, maar als het het eerste is, is dat ook niet vreemd. Wij leren namelijk al heel jong welk gedrag wel goed is en welk gedrag niet goed is. Zo zijn veel van ons opgevoed. En als jij nu ouder bent, docent, behandelaar of op een andere manier met kinderen werkt, dan is de kans heel groot dat jij niet bent opgevoed of opgeleid vanuit een inclusiviteitslens. Toen jij opgroeide, of toen jij werd opgeleid, was neurodiversiteit nog helemaal niet zo bekend als nu. En eigenlijk hebben we nog steeds heel veel te leren. Maar daarom zijn we hier.

Anders kijken naar gedrag

Een van de dingen die we kunnen leren, is dus anders kijken naar gedrag. En dat vraagt iets van onszelf in plaats van van het kind. Het betekent namelijk dat je moet leren registreren wanneer je een automatische reactie hebt. Wij als ouders, behandelaars of docenten moeten soms even op de rem trappen. We moeten kijken naar welke normen en waarden wij automatisch projecteren op anderen.

Bijvoorbeeld: een kind zegt niet ‘netjes’ hallo terug bij binnenkomst. Daar gaan we eigenlijk al, met het woord netjes. Misschien denk je meteen: onbeschoft.

Maar is dat wel zo?

Het kan namelijk zijn dat er iets heel anders speelt. Misschien is de ruimte veel te druk en kan het kind zich daardoor niet focussen op wat jij zojuist tegen hem hebt gezegd. Misschien heeft het kind deze sociale regels helemaal niet begrepen. Want wanneer moet je eigenlijk precies hallo zeggen? Tegen iedereen die je de hele dag tegenkomt? Iedereen op straat? Iedereen in de winkel? Iedereen waar je langsloopt in de trein? Ook in hartje Amsterdam? Wat maakt dat het tegen de ene persoon wel moet en tegen de ander niet? Of misschien speelt er wel iets met de auditieve verwerking en heeft het kind letterlijk niet verwerkt wat jij zei.

Dit zijn allemaal echte dingen die kunnen spelen en die heel goed kunnen uitleggen waarom een kind zich anders gedraagt dan jij zou willen. Dat maakt het gedrag niet automatisch onbeschoft. En hoe vervelend is het eigenlijk voor een kind om beoordeeld te worden op iets waar het niks aan kan doen? Ik denk: heel vervelend.

Gedrag is informatie

Dat is voor mij een belangrijk uitgangspunt: gedrag is informatie.

Niet omdat elk gedrag één duidelijke boodschap heeft die wij alleen maar hoeven te ontcijferen. Zo simpel is het niet. Maar gedrag vertelt ons wel dat er iets gebeurt. Het geeft ons informatie over een kind, over de situatie, over de omgeving of over wat er op dat moment van het kind wordt gevraagd.

Een kind dat wegloopt, vertelt ons niet automatisch waarom het wegloopt. Een kind dat niet antwoordt, vertelt ons niet automatisch waarom het niet antwoordt. Maar het gedrag is wel een reden om verder te kijken. Wanneer gebeurt dit? Wat gebeurde er vlak ervoor? Is er veel geluid? Veel taal? Veel mensen? Is de verwachting duidelijk? Is het kind moe? Is de overgang lastig? Begrijpt het kind wat er wordt gevraagd? Kan het kind het op dit moment? Wil het kind het eigenlijk wel?

Als we meteen denken onbeschoft, ongehoorzaam, aandachtzoekend of hij weet dondersgoed wat hij doet, dan stoppen we eigenlijk met onderzoeken. We denken dan dat we de verklaring al hebben.

Van probleemgedrag naar onbegrepen gedrag

Bij een school waar laatst waren, gebruiken ze een term die ik heel mooi vind. Ze noemen het niet probleemgedrag. Ze noemen het onbegrepen gedrag.

Die term zou ik heel graag vaker gebruiken, omdat de focus op onbegrepen laat zien dat wij als volwassenen iets te doen hebben. Niet per se dat het kind zich anders moet gedragen, maar dat wij misschien nog niet begrijpen wat er gebeurt.

En dat vraagt dus dat we pas op de plaats maken en nieuwsgierig worden:

Waarom doe je dit?

Misschien is dat uiteindelijk de vraag die we vaker zouden moeten stellen bij gedrag dat we niet begrijpen. Niet verwijtend, maar echt nieuwsgierig.

Wat gebeurt er hier? Waarom doe je dit?

Wat zie ik eigenlijk echt? Wat vul ik zelf in? Welke norm van mij wordt hier geraakt? Wat zou er nog meer kunnen spelen? Wat maakt deze situatie moeilijker of makkelijker voor dit kind?

En soms weten we het antwoord niet meteen. Dat is ook oké. Niet weten is nog altijd beter dan een conclusie trekken die niet klopt.

Dus de volgende keer dat je denkt: “waarom doe je dit?” Probeer dan eens te horen hoe je die vraag stelt. Als oordeel, of als uitnodiging om beter te kijken.

Want gedrag is informatie. En nieuwsgierigheid helpt ons om die informatie niet te snel verkeerd te lezen.

Terug naar blog