Wat is neurodiversiteit? (en waarom die term je leven makkelijker maakt)
De term neurodiversiteit heeft een hoop dingen in mijn leven en werk echt een stuk duidelijker gemaakt. Dus misschien heb jij er ook heel veel aan. De term neurodiversiteit gaf me een andere manier om naar gedrag en hersenen te kijken. Maar dan is het wel belangrijk om te weten: wat betekent het eigenlijk?
Het kortste antwoord
Neurodiversiteit betekent eigenlijk dat mensen hun hersenen niet allemaal hetzelfde werken. En dat dat niet automatisch een probleem is. Er bestaan allerlei manieren waarop een brein informatie verwerkt, prikkels ervaart, communiceert, leert, plant, beweegt en contact maakt met andere mensen. Autisme, ADHD, dyslexie, dyspraxie en TOS zijn daar voorbeelden van.
Vanuit een traditioneel medisch perspectief worden zulke verschillen vaak bekeken als iets wat afwijkt van de norm (een stoornis) en dus behandeld, verbeterd of gecompenseerd moet worden. Het neurodiversiteitsdenken begint bij begrijpen en ondersteunen. Hoe werkt dit brein en wat heeft deze persoon nodig om goed te kunnen functioneren. Of eigenlijk zelfs: hoe kunnen we de omgeving zo veranderen dat het werkt voor deze persoon?
Die perspectiefverandering maakt voor mensen een wereld verschil.
Waar komt de term neurodiversiteit vandaan?
Als je gaat googlen waar de term neurodiversiteit vandaan komt, dan kom je op de naam Judy Singer. En dat is meteen super interessant. Want Harvey Blume gebruikte in 1997 en 1998 al de termen 'neurological diversity' en 'neurodiversity'. En nog interessanter: het lijkt erop dat die termen voortkwamen uit een mailinglist van een online autistische gemeenschap. Waarom vind ik dat interessant? Omdat de term daarmee uit de gemeenschap zelf komt.
Neurodiversiteit, neurodivergent en neurotypisch
De termen worden wel eens door elkaar gebruikt. Dus laten we daar even bij stilstaan. Neurodiversiteit is dus het concept dat uitlegt dat er veel variatie is tussen menselijke breinen. Neurodiversiteit is een gegeven, dat is er nou eenmaal. Neurodivergent is hoe je het noemt als iemands brein afwijkt van de dominante norm. Dan heb je het dus over een individu. Bijvoorbeeld vanwege autisme, ADHD, dyslexie, dyspraxia, en nog veel meer. Neurotypisch is wanneer je hersenen juist niet afwijken van die dominante norm.
Een persoon is dus nooit neurodivers. Een persoon is neurodivergent of neurotypisch.
Waarom dit onderscheid zoveel uitmaakt
Het kan heel fijn zijn om te weten of je kind (of jij) neurodivergent is. Want om iemand te helpen en te ondersteunen is het fijn als je die persoon eerst goed begrijpt.
Stel: je kind begint misschien nooit aan z'n huiswerk. Dat interpreteerde je eerst misschien als luiheid of als niet gemotiveerd zijn. Maar dan leer je dat de hersenen van je kind anders werken. En dat het bijvoorbeeld ook kan zijn dat je kind moeite heeft met plannen. Of dat 'ie thuis afgeleid wordt door het felle licht en zich daardoor niet kan concentreren. Doordat je als ouder nu weet wat neurodiversiteit inhoudt, kun je op zoek gaan naar de oorzaak van gedrag en kun je dus óók op zoek naar hoe je jouw kind het beste kan ondersteunen.
Daarbij is het ook heel belangrijk om te zeggen dat neurodivergentie niet alleen uitdagingen met zich meebrengt, maar ook hartstikke waardevolle en mooie eigenschappen. Dingen die je kunt inzetten als kracht. Zoals misschien creativiteit, spontaniteit, abstract denken, hyperfocus, systeemdenken, visueel denken, ideeën generatie en nog veel meer.
Als je weet dat je kind neurodivergent is, kun je er voor kiezen om heel bewust een neuro-affirmatieve opvoeding in te zetten: een opvoeding waar neurodivergentie wordt gezien als een kracht en iets moois wat er mag zijn.
Takeaways voor ouders
- Verschuif de vraag. Niet: ‘wat gaat er mis?’, maar vooral: ‘wat gebeurt hier en wat heeft mijn kind nodig?’
- Kijk naar de omgeving. Hoe zit het met de hoeveelheid prikkels, verwachtingen, haast of onduidelijkheid en wat doet dat met mijn kind?
- Onderzoek je eigen ideeën over ‘normaal’. We hebben allemaal validistische overtuigingen meegekregen. Oefen met herkennen wanneer je iets van je kind verwacht, omdat je een bepaalde norm hebt aangeleerd over hoe het 'hoort'.
- Bouw vanuit wat werkt. Sterke kanten zijn geen leuk extraatje. Daar kun je juist ondersteuning omheen bouwen.
- Leer je kind zichzelf begrijpen. Weten wat je nodig hebt en daar woorden aan kunnen geven is een vaardigheid voor het leven. En dat kan ook met gebaren, icoontjes of een AAC.
- Pas aan, pas aan, pas aan. Soms is de beste ondersteuning niet nóg meer oefenen, maar iets aanpassen in de omgeving.
Takeaways voor zorg- en onderwijsprofessionals
- Begin met nieuwsgierigheid, niet met aannames. Ouders weten vaak ontzettend goed wanneer iets thuis wel of juist niet werkt. Neem die kennis serieus.
- Let op je taal. Validistische en paternalistische patronen sluipen makkelijk in professionele taal. Een kind is meer dan een verzameling beperkingen, achterstanden en behandeldoelen.
- Kijk verder dan het kind. Vraag niet alleen wat een kind moet leren, maar ook welke verwachtingen, prikkels of werkwijzen in de omgeving het moeilijker maken.
- Vraag wat werkt. Niet alleen waar het misgaat, maar juist ook wanneer iets wél lukt en wat daar anders is.
- Neurodiversiteit komt voort uit neurodivergente gemeenschappen zelf. Hun perspectieven horen dus centraal te staan in hoe we hierover praten en ondersteuning vormgeven. Als je het even niet weet, kijk naar hen voor richting.
- Blijf jezelf afvragen: pas ik mijn praktijk aan dit kind aan, of verwacht ik vooral dat dit kind zich aan mijn praktijk aanpast?
- Leer zoveel mogelijk en geef het door. De wereld is nog niet zo inclusief. Dus je komt collega's en ook ouders tegen die hoogstwaarschijnlijk nog schadelijke dingen doen en verwachten. Leer zoveel mogelijk over neurodiversiteit, zodat je anderen ook weer erover kunt leren. Een neurodivergent kind heeft recht op ondersteuning. Ook als z'n ouders er nog niet genoeg over weten.
