Wat is stimmen?

Wat is stimmen?

"Poeh, het is wel een heel erg druk kind hè?"

Het kan zomaar zijn dat je dit over je kind te horen hebt gekregen. Omdat 'ie veel beweegt. Omdat 'ie geluid maakt. Of omdat 'ie het moeilijk vindt om stil te zitten. Het kan zomaar zijn dat je kind op dat moment aan het stimmen is. En dat is een term waarvan ik heb gemerkt dat die bij veel professionals en ouders nog niet bekend is.

Dus: here we go.

Wat is stimmen?

Stimmen (ook wel stimming) is herhalend gedrag dat iemand helpt om prikkels te verwerken en zichzelf te reguleren. Dat kan op allerlei verschillende manieren. Denk aan: wiebelen, fladderen met de handen, geluidjes maken, friemelen, heen en weer bewegen en eigenlijk nog veel meer.

Het ziet er voor de buitenwereld soms onrustig of vreemd uit Maar voor je kind - of misschien ook wel voor jezelf als volwassene - is het een manier om voor zichzelf te zorgen. 

De meesten van ons doen dit wel op de een of andere manier. Je wiebelt een beetje met je been als je zenuwachtig bent, je klikt met je pen terwijl je nadenkt of je zucht diep als je iets spannend vindt. Het zijn allemaal manieren om te reguleren en dat is eigenlijk wat stimmen is. En sommige mensen doen dat iets meer dan anderen.

Waarom stimmen niet erg is

Stimmen is niet erg. Sterker nog: het heeft vaak een belangrijke functie. Stimmen is een manier van reguleren. Dat betekent eigenlijk gewoon dat je lichaam en je brein proberen om om te gaan met prikkels, spanning, emoties of een teveel aan energie.

En dat doen we allemaal.

De één zucht diep. De ander friemelt met een pen. Weer iemand anders loopt even heen en weer tijdens het bellen. Alleen ziet het er bij neurodivergente kinderen soms net wat zichtbaarder uit. En juist daardoor wordt het vaak sneller als vreemd of ongewenst gezien.

Maar eigenlijk moeten we kijken naar wat er ónder dat gedrag zit.

Want stimmen kan een kind helpen om spanning kwijt te raken, om niet overprikkeld te raken of om zich juist te concentreren. Het kan iemand ook helpen om zich veilig te voelen in een omgeving en dát is een voorwaarde om te kunnen leren.

Belangrijk dus om dat stimmen niet af te leren. Want je neemt dan een copingmechanisme en een manier om te reguleren weg.

Een kind dat niet meer mag bewegen terwijl het dat juist nodig heeft, raakt eerder overprikkeld. Het kind loopt dan vast, kan minder goed luisteren, minder goed leren, en minder goed bij zichzelf blijven.

Verschillende vormen van stimmen

Stimmen kan op heel veel manieren. En iedereen heeft daar een beetje z’n eigen taal in. Wat voor de één werkt, doet voor de ander misschien helemaal niets. Hieronder zie je een paar vormen die vaak voorkomen.

Motorisch

Bij motorisch stimmen gebruikt een kind vooral beweging. Denk aan wiebelen op een stoel, heen en weer bewegen, springen, handjes fladderen, draaien of tikken met voeten of handen. 

Tactiel

Tactiel stimmen gaat over voelen. Een kind kan bijvoorbeeld aan kleding friemelen, met een labeltje spelen, steeds hetzelfde voorwerp aanraken, over een bepaalde structuur wrijven of iets stevig vastpakken. 

Visueel

Bij visueel stimmen zoekt een kind regulatie via kijken. Bijvoorbeeld door naar bewegende dingen te staren, met vingers voor de ogen te bewegen, vanuit de ooghoeken naar iets kijken, licht en schaduw te volgen, of herhalende patronen heel interessant te vinden. Dat wordt niet altijd herkend als stimmen, maar het kan wel degelijk een manier zijn om prikkels te verwerken of juist rust te vinden.

Auditief

Auditief stimmen gebeurt met geluid. Denk aan neuriën, dezelfde klank of zin herhalen, tikken, geluidjes maken of steeds een bepaald ritme opzoeken. 

Oraal

Oraal stimmen gebeurt met de mond. Bijvoorbeeld door te kauwen op kleding of potloodjes, te sabbelen, te bijten, te blazen of steeds bepaalde mondgeluiden te maken. 

Als het onderwijs begrijpt wat je kind nodig heeft

eel scholen zijn nog steeds ingericht op één idee van wat een kind hoort te doen: stilzitten, handen stil, mond dicht, luisteren zonder te bewegen. Maar voor kinderen die juist beweging nodig hebben om zich te kunnen reguleren en tot leren te komen, werkt dat vaak precies averechts. Dan worden kinderen gecorrigeerd op gedrag dat ze juist nodig hebben. Ze steken hun energie in 'normaal doen' (lees: maskeren), in zichzelf inhouden, in proberen te voldoen aan verwachtingen die niet passen bij hoe hun lichaam werkt. En die energie kunnen ze dan niet meer gebruiken om te leren. Wat je dan vaak ziet, is uitputting, frustratie, vastlopen, of weerstand vanuit de buitenwereld. Terwijl de echte vraag natuurlijk zou moeten zijn: wat heeft dit kind nodig om te kunnen leren?

En precies daarom is het zo’n enorme winst als je neuro-affirmatief onderwijs kunt vinden. Er zijn gelukkig scholen die wel begrijpen dat regulatie vóór leren komt. Scholen die niet beginnen bij corrigeren, maar bij begrijpen. Zo kwam ik laatst op een school waar ze beweegpaden hebben: in de gang staan pijlen op de grond die aangeven hoe kinderen kunnen springen, draaien en bewegen. Even eruit, even ontladen, en daarna weer verder. Geweldig vond ik dat. Het betekent namelijk dat ze hun leerlingen heel goed snappen. Dat is wat neuro-affirmatief onderwijs doet: het ziet gedrag niet als probleem, maar als signaal. Het erkent dat niet ieder brein hetzelfde werkt en dat kinderen dus ook niet allemaal hetzelfde nodig hebben. In plaats van het kind te proberen fixen, wordt de omgeving zo ingericht dat een kind kán slagen. En dat verandert echt levens. Want een kind dat mag stimmen, mag bewegen, mag reguleren, voelt zich vaak veiliger, begrijpt zichzelf beter en krijgt veel meer kans om zich op een gezonde manier te ontwikkelen.

 

Terug naar blog